Je zit achter het lege scherm van je computer, je gedachten dwalen af van het wetenschappelijk artikel dat je moet schrijven... In je hoofd doemt het beeld op van een bejaarde dame, statig gezeten op een hoge stoel. Ze zit tuinbonen te doppen. Aan haar voeten zit een klein kind, een meisje. Ze kijkt omhoog en probeert te raden wat er achter dat hoge voorhoofd schuilgaat, waarom grootmoeder zo boos kijkt. De oude vrouw zet haar tanden in een stuk brood. Ze lijkt op de grootmoeder van Roodkapje, denkt het kind. Ze laat zich wegdrijven in haar eigen sprookjeswereld. Dan schrikt ze op: grootmoeder geeft een harde gil en gooit haar schaal met bonen door het openstaande raam naar buiten. Voor je het weet staat er op het scherm een titel: De dag dat grootmoeder gek werd! Je schrijft op een achternamiddag dat verhaal, wint daarmee een verhalenwedstrijd en bent in de ogen van de buitenwereld ineens 'schrijfster'.
In de daaropvolgene jaren zocht ik naar de plaats van literair schrijven in mijn leven, naar wat ik in dat opzicht kan en niet kan en wat ik er mee wil en beslist niet wil. Intussen ben ik verslaafd geraakt aan schrijven. Het geeft een kick dat er 'zomaar' verhalen opborrelen uit mijn brein. En er is de uitdaging die verhalen in zo duidelijk, maar tegelijk zo verbeeldend mogelijke taal te vangen en op te schrijven. Het makkelijkst gaat dat wanneer een personage mij dusdanig (ook letterlijk) aanspreekt dat ik graag als spreekbuis optreed voor haar of zijn ervaringen en belevenissen.
Veruit de meest gestelde vraag naar aanleiding van het verschijnen van mijn debuut was of de verhalen autobiografisch zijn. Veel lezers, maar ook sommige critici, namen, op grond van mijn leeftijd en achternaam en het feit dat de verhalen in het oosten des lands spelen, zondermeer aan dat het boek een rechtstreeks en waarheidsgetrouw verslag van mijn eigen jeugd zou zijn. Dat is niet zo. Welke rol speelt mijn leven dan wel in mijn werk? Ik denk geen andere dan in die van welke andere schrijver dan ook. Iedere schrijver put uit herinneringen, ervaringen, sensaties. Het op papier zetten van de bijzondere mix van fantasie en eigen leven maakt iedere schrijver tot een uniek schrijver. De enige vraag die vanaf dat moment telt is of je ook een goed schrijver bent.
Het verhaal vertelt zichzelf, dat is een cliché en een ervaring die veel schrijvers delen. Soms valt nog na te gaan waar bepaalde dingen vandaan komen. Voor de Koningin van Lombardije speelde het bekende kinderliedje van Annie M.G. Schmidt een rol, maar ook gedichten van Emily Dickinson en liederen van Shubert. De zwaarlijvige moeder in Het gebroken woord heb ik in 1997 gezien op een levensgrote foto van Richard Billingham, tentoongesteld op de Saatchi-expositie (Sensation) in Londen. En Marleen, de hoofdpersoon in Het gebroken woord, zag ik, enige tijd nadat ze was begonnen haar verhaal aan me te vertellen, bij een disco op een camping in Frankrijk. Ze zat in een rolstoel en zag er beeldschoon uit. Ze leek een levende etalagepop. Niets aan haar bewoog, alleen de oude, rafelige pop die ze op haar schoot hield danste mee op het ritme van de hardschetterende muziek. De hoofdpersoon uit "De vertellers" heb ik uit de krant geknipt; zijn portret sprak bijzonder tot mijn verbeelding, maar het zou niet waar zijn als zou worden beweerd dat ik juist van deze man zijn levensgeschiedenis geschreven zou hebben.
Intussen ben ik na het schrijven van het winnende verhaal "De dag dat grootmoeder gek werd" vijftien jaar verder. Vijftien jaar en drie boeken. Langzamerhand durf ik van mezelf te zeggen dat ik naast juriste ook schrijfster ben. Zoals de hoofdpersoon van "De vertellers" zegt: "Het komt eropaan het verhaal over je eigen leven voortdurend te transformeren tot iets nieuws, zoals ook de cellen van je lichaam zich voortdurend verjongen. Stopt dat proces, dan sterf je langzaam af." Mijn laatste roman, geschreven in een periode dat ik het even wat rustiger aan heb gedaan met mijn activiteiten in het kader van "rikki holtmaat, onderzoek & advies", is eind maart 2002 verschenen. Daarna ben ik in oktober 2003 benoemd tot hoogleraar in Leiden en heb ik me helemaal laten opslokken door het vele werk dat dat met zich meebracht. In dat kader heb ik zeer veel geschreven en gepubliceerd. (Zie onder“publicaties” op deze website.) Dat is ten koste gegaan van mijn literaire schrijfwerk. Ik heb echter in de zomer van 2009 mezelf beloofd mijn leven in dat opzicht te zullen beteren. Minder faculteit, meer vrijheid en meer ruimte in mijn hoofd om andere (dan juridisch relevante) verhalen naar boven te laten borrelen. Dus wie weet komt er toch nog ooit een vierde roman!